Indisch wegkijken, ook in het Gooi

17 aug.-Schrijver/essayist Rudy Kousbroek (1929-2010) omschreef het grimmig als het ’Oostindisch kampsyndroom’. Laten we het hier gematigder houden op Oostindisch wegkijken. De Indische gemeenschap in Nederland heeft er een handje van. Donderdag bleek dat weer eens in Laren, bij een op zichzelf mooi initiatief om een lezing te organiseren ter gelegenheid van 15 augustus, de dag waarop Japan in 1945 capituleerde en ook voor Nederlands-Indië de oorlog eindigde.

Spreekster in het Brinkhuis was Paula Brunsveld van Hulten, in 1948 in Surabaya geboren op de dag waarop Indisch legercommandant Simon Spoor de tweede politionele actie liet beginnen. Kern van haar lezing: het Indische lijden onder de Japanse knoet, het lijden tijdens de wrede bersiap-periode eind 1946, begin 1947 en de beroerde ontvangst van Indische repatrianten in Nederland.

Oorlog en bersiap

Wat Nederlanders en Indo-Europeanen in de Japanse interneringskampen en krijgsgevangen militairen onder het Japanse bewind hebben moeten verduren mat ze breed uit. Terecht, want het was vreselijk wat zij moesten ondergaan en niet zelden leidde het tot de dood. Evenzeer terecht onderstreepte ze hoe diepzwart de bersiap-periode was voor Nederlanders en indo’s die door Indonesische pemuda’s (jongeren) werden belaagd, geregeld tot de dood erop volgde.

Industriële vernietiging

Daarbij liep ze niet in de valkuil waarin woordvoerders van de Indische gemeenschap eerder wel zijn getuimeld. Bij herhaling is vanuit Indische kring gedaan alsof de Japanse kampen vergelijkbaar zouden zijn met de Duitse vernietigingskampen in Europa. Bovengenoemde Kousbroek (zelf in de oorlog op Sumatra geïnterneerd) is daartegen fel van leer getrokken. Hij ontkende niet dat de Japanners in de kampen vaak wreed optraden, dat er groot gebrek was aan voeding en medische verzorging, dat er werd mishandeld. En ja, dat kostte mensenlevens. Maar van industriële vernietiging van mensen zoals in Duitse kampen was geen sprake. Kousbroek: ,,Lampekappen van mensenhuid, om het maar bij dit voorbeeld te laten, blijven tot nader order monumenten van ’typisch westerse wreedheid’.’’

Van een vergelijking met de Holocaust bleef Brunsveld donderdag verre. De Japanse interneringskampen duidde ze aan als ’passieve vernietigingskampen’. Wat wel opviel, is dat ze de schijnwerper zette op het oorlogsleed van Europeanen en indo’s in Indië, terwijl ze het slachtofferschap van de Indonesische bevolking onbesproken liet.

Cijfers die ze wel noemde: 13 procent van de burgergeïnterneerden in Indië vond de dood en 20 procent van de krijgsgevangen militairen. Wat Brunsveld niet noemde, maar Kousbroek wel: onder de Indonesische dwangarbeiders (romusha’s) was het sterftecijfer 74 procent. Dr. H.Th. Bussemaker schreef in zijn boek ’Bersiap! Opstand in het paradijs’ (2005) zelfs: 80 procent.

In absolute aantallen somde Brunsveld op: 13.000 omgekomen burgergeïnterneerden en 8.200 omgekomen krijgsgevangenen. Wat ze niet noemde, maar de wetenschappelijke bundel ’Tussen banzai en bersiap’ (1996) wel: ten minste 300.000 omgekomen Indonesische dwangarbeiders.

Troostmeisjes

Terecht stelde Brunsveld ook het leed aan de orde dat de Japanners de ’troostmeisjes’ (seksslavinnen) aandeden. Ze deed echter net alsof het alleen ging om geïnterneerde Europese en Indo-Europese vrouwen en meisjes. Van hen zijn inderdaad volgens schattingen meerdere honderden tot prostitutie voor Japanse militairen gedwongen. Er zijn ook andere schattingen en die liet Brunsveld onbesproken: 20.000 tot 30.000 Indonesische troostmeisjes.

De bersiap-tijd dan. Volgens Brunsveld zijn toen rond 250.000 doden gevallen onder Nederlanders, indo’s, etnische Chinezen en Molukkers. De herkomst van dat cijfer is onduidelijk. Zeker is wel dat Bussemaker in zijn bersiap-studie tussen de 3.500 en 20.000 - hij acht dat laatste cijfer het aannemelijkst - Nederlandse burgerdoden noemt. Verder, schrijft hij, vielen onder Indonesische pemuda’s (jongeren) naar zeer ruwe schatting tussen de 30.000 en 100.000 doden in de bersiap-tijd - alleen al op Java. Over dat laatste van Brunsveld geen woord.

’Weten we niet’

Op de vraag van een toehoorder in het Brinkhuis (zelf als jongen geïnterneerd geweest op Java) waarom Brunsveld niets zei over de vele oorlogsslachtoffers aan Indonesische zijde antwoordde ze: ,,Dat getal kennen we niet.’’ Zij misschien niet, maar wetenschappers wel en die hebben daarover ook gepubliceerd. Zie hierboven.

Al met al was het in Laren opnieuw Oostindisch wegkijken: alleen het eigen oorlogsleed zien en onder de aandacht brengen, maar dat van Indonesiërs, al dan niet bewust, buiten beeld houden.

   Bron: Gooi en EemlanderRonald Frisart




Ga terug

Publicatie datum: 17-8-2019

[Laren in beeld]

[Column]

Zwembadperikelen?

3 febr.- De gemeente Eemnes weigert extra mee te betalen aan het zwembad. Ze wijten een lager aantal bezoekers aan de sluiting van het buitenbad, wat een Larens besluit zou zijn. Ik denk dat we het voorstel moeten overwegen inwoners uit Eemnes dan maar een toeslag te vragen,  Lees verder

[Kijk op Laren]

De ambstwoning in de verkoop?

18 jan.- Dat de ambtswoning waarschijnlijk verkocht zou moeten worden, leek onontkoombaar. Maar het besluit verrast de raadsleden en de fractie van Larens Behoud. Dat zegt Karel Loeff in een reactie op de brief aan de gemeenteraad waarin het besluit van het co  Lees verder

[Het weer in Laren]

8,5°Cza
8,5°Czo
9,5°Cma
11°Cdi

[Opinie]

Van fractievoorzitter Karel Loeff

15 dec.- Per oktober heb ik het fractievoorzitterschap van onze partij mogen overnemen van Wim van der Zwaan. Een bijzondere taak, die ik naar eer en geweten zal vervullen. Vanaf deze plek wil ik Wim danken  Lees verder

[Nieuws uitzendingen]

  • Bekijk video beelden van de NOS op nos.nl
  • Bekijk video beelden op RTV NH
  • Bekijk video beelden op de website van Radio 6 FM TV

[Schetsen van Laren]

Bol an 107 Rommelpotten

20 febr.- Vorig jaar behandelde ik het boekje ‘Oh ja! Het alfabet van onze jeugd’ waarin journalist Rob Krabben in woord en beeld de jaren vijftig tot zeventig van de vorige eeuw laat herbeleven aan de hand van persoonlijke gebeurtenissen, spelletjes, en voorwerpen.Het ging over vergeten woorden en herinneringen als Melkbrigade, fikkie steken, schoolmelk en luch  Lees verder

[Volg Larens Behoud op]